ALGEMEEN OVERZICHT GETEELDE GEWASSEN EN HET BELANG ERVAN
De afgelopen decennia heeft de land- en tuinbouwsector een enorme evolutie meegemaakt. Het aantal bedrijven daalde gevoelig. En ook het totale areaal in België nam af. Daarnaast werd de sector geconfronteerd met nieuwe regelgeving en een gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid. Eén ding is echter al die jaren constant gebleven: een onberispelijk teeltproduct, dat tot ver buiten onze landsgrenzen zijn waardering vindt.

De belangrijkste gewassen die in België geteeld worden:
|
 |
- Granen
Wintertarwe en wintergerst worden in België het meest verbouwd.
Triticale komt voor op de lichtere gronden.
Wat de zomergranen betreft, zijn vooral gerst en haver van belang.
Wintertarwe
De continue productiviteitsstijging en het gebrek aan rendabele alternatieven maakten van wintertarwe het meest geteelde graangewas in België. Als gevolg van het Europees landbouwbeleid, daalden de prijzen en rendementen. Daarom werd in een Europese steunmaatregel voorzien. Sinds 2005 is die losgekoppeld van de teelt. De selectie van tarwe oriënteert zich nu van hoge opbrengst ook naar meer ziekte- en stressresistente rassen.
 |
* Gebruik – broodbereiding, biscuiterie,
veevoederindustrie, zetmeelindustrie, (productie van isoglucose).
* Teeltgebieden – Leemstreek, Polders, Zandleemstreek
en Condroz
* Totaal areaal 2010 – 206.282 ha (opbrengst 8 à 10
ton per ha) |
Wintergerst
De teelt concentreert zich vooral op
mozaïekresistente rassen.
 |
* Gebruik – veevoederindustrie (90 à 95%),
brouwerijsector
* Teeltgebieden – Leemstreek, Zandleemstreek en Condroz
* Totaal areaal 2010, uitzaai
2009 – 0.512 ha |
Spelt
België is de belangrijkste speltproducent ter wereld. Het is een typisch gewas voor het koude en meer ruwe klimaat van de Ardennen.
 |
* Gebruik – veevoeders en beperkt gebruik
in broodbereiding
* Teeltgebied – Ardennen
* Totaal areaal 2010 – 9.562 ha |
Triticale
Triticale wordt geteeld op lichte zandgronden. Het heeft een hogere productiviteit dan rogge, dat hier vroeger het graangewas bij uitstek was. De goede ziekteresistentie en de hoge productie aan stro vormen een belangrijke motivatie voor de teelt van triticale.
 |
* Gebruik – veevoederindustrie
* Teeltgebieden – lichte zandgronden (Vlaamse Zandstreek
en beperkt Kempen)
* Totaal areaal 2010 – 6.666 ha |
Zomergranen
Zomergranen (voornamelijk zomerhaver en zomergerst) bereiken niet het productieniveau van wintergranen. Ze moeten daarom eerder beschouwd worden als noodoplossing in de graanteelt en zijn daardoor bijkomstig. Ze worden gezaaid in geval het niet mogelijk is om wintergranen te zaaien.
|
| top |
 |
- Maïs
Maïs is het grootste akkerbouwgewas in België. Naargelang
het gebruik van de gehele plant of van een gedeelte ervan, kan de maïsteelt
ingedeeld worden in twee groepen: kuilmaïs en korrelmaïs.
In kuilmaïs zijn drogestofopbrengst, vroegrijpheid, legervastheid
en verteerbaarheid de voornaamste criteria. Korrelmaïs wordt gebruikt
als vochtig maïsgraan (CCM) of wordt gedroogd. Dit is krachtvoederwinning
op het eigen bedrijf.
 |
* Gebruik – veevoeder
* Teeltgebieden – geheel België (droge korrelmaïs
vooral op lichtere gronden)
* Totaal areaal 2010 – ongeveer 236.000 ha (waarvan 74% kuilmaïs
en 26% korrelmaïs) |
 |
| top |
 |
- Suikerbieten
De ontwikkelingen in de genetica zorgden
voor de introductie van hoog performante rhizomanie- en rhizoctoniatolerante
rassen. Door veredeling worden een steeds hoger suikergehalte, wortelopbrengst
en sapzuiverheid verkregen. Hoe langer hoe meer wordt gewerkt aan een
oriëntering naar bio-ethanol productie.
De moderne verdelingstechnieken hebben een nieuwe impuls gegeven aan
het onderzoek naar ziektetolerante rassen met een lage tarra.
 |
* Gebruik – suikerindustrie
* Teeltgebieden – voornamelijk Leemstreek, Polders en Zandleemstreek;
in beperkte mate Zandstreek
* Totaal areaal 2010 – 59.303ha (83% rhizomanietolerante,
10% klassieke, 5% rhizoctoniatolerante en
2% nematodentolerante rassen) |
 |
| top |
 |
- Eiwithoudende gewassen
De teelt van eiwithoudende gewassen blijft
in ons land beperkt tot droge erwten en in zeer beperkte mate tot veldbonen.
We kennen een actieve erwtenveredeling, waarbij opbrengst, ziekteresistentie
en legervastheid de voornaamste criteria vormen.
 |
* Gebruik – voeding- en veevoederindustrie
* Teeltgebieden – Condroz en tussen Samber en Maas
* Totaal areaal 2010 – 2.053 ha |
|
| top |
 |
- Oliehoudende gewassen
De teelt van oliehoudende gewassen betreft
voornamelijk koolzaadIn het kader van de voorziene streefdoelen voor
het gebruik van biobrandstoffen, is een significante uitbreiding van
dit areaal niet uitgesloten.
 |
* Gebruik – industriële verwerking voor food en non food
* Teeltgebieden – gans België doch voornamelijk Condroz
* Totaal areaal 2010 – 11.279 ha |
|
| top |
 |
- Vezelvlas
Ondanks een gestage daling van het areaal
is België nog steeds alom bekend om zijn zaailijnzaad
 |
* Gebruik – textiel
* Teeltgebieden – voornamelijk Leemstreek en Zandleemstreek
* Totaal areaal 2010 – 11.048 ha |
|
| top |
 |
- Voederbieten
Het areaal voederbieten neemt jaarlijks
in versneld tempo af. Rhizoctonia is de voornaamste boosdoener. Deze
schimmel komt voornamelijk voor in regio’s met veel maïs
en grasland, precies daar waar ook de voederbieten verbouwd worden.
 |
* Gebruik – veevoeder
* Teeltgebieden – voornamelijk Vlaamse Zandstreek en Zandleemstreek
* Totaal areaal 2010 – 3.904 ha |
|
| top |
 |
- Grassen
Grasland neemt bijna de helft van het
Belgische landbouwareaal in. Meer dan 80% daarvan wordt ingenomen door
blijvende weide, met Engels raaigras als belangrijkste grassoort. De
overige 20% wordt voornamelijk gebruikt als tijdelijke weide, met Italiaans
raaigras als voornaamste component. Een relatief klein gedeelte wordt
gebruikt als groenbemester.
 |
* Gebruik – veevoeder
* Teeltgebieden – gans België; vnl. in streken met
hoge rundveeconcentraties (Kempen, Zandstreek, Famenne, Ardennen,
Luikse weidestreek)
* Totaal areaal 2010 – 579.037 ha |
|
| top |
 |
- Tuinbouwgewassen
In België schommelde de zelfvoorzieningsgraad voor groenten de
laatste tien jaar rond de 130%. Tegelijkertijd werd in het buitenland
een imago van kwaliteitsgroenten opgebouwd. Meer dan 70% van het groenteareaal
dient voor industriële verwerking, het overige voor vers verbruik.
Het overgrote deel (95%) wordt in open grondteelt gewonnen.
|
| top |
 |
|
- Groenbemesters
Vrij algemeen wordt gebruik gemaakt van
groenbemesters. Zij beperken de erosie
en het uitspoelen van nutriënten,
verhogen het humusgehalte van de bodem, verbeteren de bodemstructuur
en –in sommige gevallen- bestrijden aaltjespopulaties. Groenbemesters
doen dat op een ecologisch verantwoorde
wijze
Wikken
Deze planten zijn stikstoffixerend
en dragen in belangrijke mate bij tot de verbetering van de bodemstructuur.
Gele mosterd / bladrammenas
De meest belangrijke zijn aaltjesreducerende
cultivars. Gezien de mogelijkheid om laat te zaaien, is gele mosterd
de aangewezen groenbemester na de oogst van wintertarwe.
Phacelia
Dit fijn vertakt gewas kan vooral worden
aangewend als dekvrucht, waarin bijvoorbeeld suikerbieten kunnen
worden gezaaid.
Grassen
Vanwege hun hoge humusaanreiking en
de mogelijkheid om in gunstige omstandigheden een snede te winnen,
worden snelgroeiende grassen vaak als groenbemester gebruikt.

|
| top |
 |
- Braaklegging
Naast braaklegging voor non food-doeleinden, is groene braaklegging het meest toegepaste uitbatingsysteem. Voor het gebruik van groenbemesters op braakliggende gronden is België, net als de andere EU-lidstaten, gebonden aan de officiële lijst van toegelaten gewassen. Deze lijst is limitatief. Zij wordt jaarlijks herzien en gepubliceerd. De voornaamste gewassen in dit verband zijn grassen en klavers. Met de toename van het belang van biobrandstoffen zullen grasland en klavers meer en meer verdwijnen op braak ten voordele van bvb. suikerbieten en granen. Totaal areaal 2010: 9.592 ha.
|
| top |
 |